Home

Werkgroepen

Om een aantal vraagstukken grondiger te kunnen bestuderen heeft de Conventie ervoor gekozen werkgroepen op te richten die dieper zullen ingaan op bepaalde onderwerpen die moeilijk tijdens de plenaire zittingen grondig kunnen worden behandeld. Naarmate de werkzaamheden van de Conventie vorderen kunnen andere werkgroepen worden opgericht.

Elke groep buigt zich over een aantal vraagstukken waarover zij een grondig beargumenteerd advies moet uitbrengen.

De werkgroepen publiceren na afloop van iedere vergadering een synthesenota.

Groep I

Subsidiariteitsbeginsel:

Het subsidiariteitsbeginsel bepaalt dat de Unie - behalve op terreinen waar zij een exclusieve bevoegdheid heeft - alleen optreedt wanneer haar optreden efficiënter is dan een optreden op nationaal, regionaal of plaatselijk niveau. Het is een van de basisbeginselen van de werking van de Unie.

Vragen:
Hoe kan zo doeltreffend mogelijk worden gezorgd voor de controle op de naleving van het subsidiariteitsbeginsel? Moet er een controlemechanisme of -procedure worden ingesteld? Moet die procedure politiek of justitieel van aard zijn?

Werkgroep subsidiariteitsbeginsel


Groep II

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat door een conventie is opgesteld, is aangenomen op 18 december 2000. Het bevat de morele en ethische waarden die de lidstaten van de Unie met elkaar gemeen hebben.

Vragen:
Indien ertoe wordt besloten het Handvest van de grondrechten in het Verdrag op te nemen, op

welke wijze moet dat dan gebeuren, en wat zouden de consequenties zijn? Wat zouden de consequenties zijn als de Gemeenschap / Unie toetreedt tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Werkgroep Handvest


Groep III

Rechtspersoonlijkheid:

De Europese Unie is in 1993 ontstaan uit het Verdrag van Maastricht. Zij wordt in het Verdrag beschreven als "een nieuwe etappe in het proces van totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa". Zij steunt op drie "pijlers"; de eerste bestrijkt de communautaire dimensie (gemeenschappelijk landbouwbeleid, vervoer, interne markt, etc); de tweede, het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid; de derde, de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.

De Unie heeft daarom nog niet uitdrukkelijk rechtspersoonlijkheid.

Vragen:
Wat zouden de gevolgen zijn van uitdrukkelijke erkenning van de rechtspersoonlijkheid van de Unie? En van een fusie van de rechtspersoonlijkheid van de Unie met die van de Europese Gemeenschap? Zou een en ander een bijdrage kunnen leveren tot de vereenvoudiging van de verdragen?

Voor meer uitleg over de Unie en haar beleid: 10 leçons sur l'Europe
Werkgroep rechtspersoonlijkheid


Groep IV

Nationale parlementen:

In de Verklaring van Laken wordt erop gewezen dat: "het Europese project [...] zijn legitimiteit ook put uit democratische, transparante en efficiënte instellingen. Ook de nationale parlementen dragen bij tot de legitimering van het Europese project.". In de aan het Verdrag van Nice gehechte verklaring over de toekomst van de Unie werd reeds beklemtoond dat nader moet worden ingegaan op de rol van de nationale parlementen in de Europese constructie.

Vragen:
Hoe wordt de rol van de nationale parlementen uitgeoefend in de huidige structuur van de Europese Unie? Welke nationale regelingen functioneren het beste? Moet er worden gedacht aan nieuwe mechanismen / procedures op nationaal of op Europees niveau?

Verklaring van Laken
Verdrag van Nice:
Werkgroep nationale parlementen


Groep V

Aanvullende bevoegdheden:

De aanvullende bevoegdheden zijn de terreinen waarop de Unie zich ertoe beperkt om het optreden van de lidstaten aan te vullen of te ondersteunen, dan wel om aanmoedigings- of coördinatiemaatregelen aan te nemen.

Vragen:
Hoe moeten de "aanvullende" bevoegdheden in de toekomst worden aangepakt? Moeten de lidstaten volledige bevoegdheid krijgen voor zaken waarvoor de Unie thans een aanvullende bevoegdheid heeft, of moeten de grenzen van de aanvullende bevoegdheid van de Unie duidelijk worden aangegeven?

Werkgroep aanvullende bevoegdheden


Groep VI

Economisch bestuur:

In de nieuwe term "economisch bestuur" liggen verschillende begrippen besloten, namelijk goed beheer, efficiënte organisatie, transparantie en verantwoordelijkheid.

Deze vier begrippen, samengebald in één woord, zijn vanzelfsprekend essentieel voor de toekomst van Europa.

Vragen:
De invoering van de gemeenschappelijke munt impliceert een intensievere economische en financiële samenwerking. Welke vorm zou zo'n samenwerking kunnen krijgen?

Werkgroep "Economisch bestuur"

Samenstelling van de groepen
Zittingen
Trefwoorden