Home

Trefwoorden

Raad van de Europese Unie

De Raad van ministers van de Unie is het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Europese Unie. De Raad is samengesteld uit de ministers van de vijftien lidstaten die bevoegd zijn voor het onderwerp dat op de agenda staat, bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken, Landbouw, Industrie, Vervoer. Het voorzitterschap van de Raad wordt door elke lidstaat van de Unie bij toerbeurt uitgeoefend voor een termijn van zes maanden. De besluiten van de Raad worden voorbereid door het Comité van permanente vertegenwoordigers van de lidstaten (Coreper), dat wordt bijgestaan door werkgroepen bestaande uit ambtenaren van de nationale administraties. Het comité voert ook de door de Raad verstrekte opdrachten uit.

De Raad beslist met gekwalificeerde meerderheid of met eenparigheid van stemmen, naar gelang van de rechtsgrond van het aan te nemen rechtsbesluit. In het kader van de Europese Gemeenschap wordt de regel van de gekwalificeerde meerderheid het vaakst toegepast.

Voor procedurekwesties worden de beslissingen bij gewone meerderheid genomen.

Zie:

Europese Gemeenschap
Pijlers van de Europese Unie
Gekwalificeerde meerderheid
Voorzitterschap van de Unie (rouleren van het voorzitterschap)
Eenparigheid

Raadplegingsprocedure

De raadplegingsprocedure (in één enkele lezing) bestaat erin dat de Raad het Europees Parlement raadpleegt en zijn standpunten in overweging neemt. De Raad is evenwel niet gebonden door het standpunt van het Europees Parlement doch is slechts verplicht dit te raadplegen. Deze procedure wordt met name toegepast voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Zie:

Raad van de Europese Unie
Europees Parlement

Rechtsinstrumenten, communautaire

Hiermee worden de instrumenten bedoeld waarover de instellingen van de Gemeenschap beschikken om hun taken uit te voeren. Het gaat hierbij in hoofdzaak om de volgende instrumenten:

    · de verordening: is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat;

    · de richtlijn: is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, en moet daarom in de nationale rechtsorde worden omgezet; er wordt bewegingsruimte gelaten wat betreft vorm en middelen van de uitvoering;

    · de beschikking: is verbindend in al haar onderdelen voor degenen tot wie zij uitdrukkelijk is gericht;

    · Aanbevelingen en adviezen: zijn niet bindend.

Zie:

Subsidiariteit en evenredigheid
Hiërarchie tussen communautaire besluiten (voorschriftenhiërarchie)
Pijlers van de Europese Unie

Rechtspersoonlijkheid van de Unie

De kwestie van de rechtspersoonlijkheid van de Unie is met name aan de orde gesteld met betrekking tot de bevoegdheid van de Europese Unie om verdragen te sluiten en tot internationale organisaties toe te treden. De Unie, die drie afzonderlijke gemeenschappen met elk een eigen rechtspersoonlijkheid (Europese Gemeenschap, EGKS en Euratom) en twee sectoren met intergouvernementeel karakter (gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en politiële en justitiële samenwerking) omvat, heeft immers niet expliciet rechtspersoonlijkheid. Artikel 24 van het Verdrag betreffende de Europese Unie voorziet er echter wel in dat de Europese Unie overeenkomsten met derde landen kan sluiten, wat kan worden beschouwd als een impliciete toekenning van internationale rechtsbevoegdheid.

Zie:

Institutioneel Kader (één ...)
Pijlers van de Europese Unie
Communautaire en intergouvernementele methoden

Rekenkamer

De Rekenkamer bestaat uit vijftien leden die - na raadpleging van het Europees Parlement - met eenparigheid van stemmen door de Raad van de Unie worden benoemd voor een periode van zes jaar. Zij controleert de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven van de Unie en gaat tevens na of een goed financieel beheer wordt gevoerd.

Terug naar de inhoudsopgave