Home

Trefwoorden

Nationale parlementen

Sinds 1989 komen vertegenwoordigers van de bevoegde commissies van de nationale parlementen en het Europees Parlement twee maal per jaar bijeen in het kader van een Conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden (COSAC).

Ingevolge de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht zijn de bevoegdheden van de Europese Unie uitgebreid. Dit heeft duidelijk doen uitkomen dat het van belang is de nationale parlementen nauwer bij de Europese aangelegenheden te betrekken. Een protocol ter zake is trouwens aan het Verdrag van Amsterdam gehecht.

Zie:

Europees Parlement

Nauwere samenwerking

Met het oog op het bevorderen van nauwere samenwerking tussen de landen van de Unie die verder wilden gaan dan de in de Verdragen beoogde integratie, werden verschillende instrumenten tot ontwikkeling gebracht (bijvoorbeeld: sociaal akkoord, akkoorden van Schengen, ...). Zij hebben de betrokken lidstaten in staat gesteld in een verschillend tempo en/of op grond van verschillende doelstellingen buiten het institutioneel kader van de Europese Unie verder te gaan.

Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam is de gebruikmaking van deze methode geformaliseerd door de invoering van het concept van "nauwere samenwerking" in het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

De nauwere samenwerking moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Zij moet met name:

    · betrekking hebben op een terrein dat niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt;

    · ertoe strekken de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie te bevorderen;

    · stroken met de beginselen van de Verdragen;

    · slechts in laatste instantie worden gebruikt;

    · betrekking hebben op een meerderheid van de lidstaten.

De machtiging tot nauwere samenwerking wordt verleend door de Raad, die, overeenkomstig de in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap neergelegde procedure, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt.

In alle gevallen kan elke lidstaat zich om belangrijke redenen van nationale politiek tegen een dergelijke nauwere samenwerking verzetten. De Raad kan evenwel bij met gekwalificeerde meerderheid genomen besluit het probleem aan de Raad in de samenstelling van de staatshoofden en regeringsleiders, of de Europese Raad voorleggen die daarover met eenparigheid een besluit moeten nemen.

Zie:

Terug naar de inhoudsopgave