Home

Trefwoorden

Verdieping / Integratie

Verdieping is een actie die de lidstaten hechter wil verbinden door de aangelegenheden die hen samenbrengen, te consolideren en verder te ontwikkelen (vaak wordt ook van integratie gesproken): de douane-unie, de gemeenschappelijke markt en het daarmee samenhangend beleid, alsmede de eurozone maken deel uit van deze beweging. Verdieping is vaak gepresenteerd als een voorafgaande voorwaarde voor de uitbreiding.

Zie:

Uitbreiding

Verdrag van Amsterdam

Het Verdrag van Amsterdam is op 2 oktober 1997 ondertekend en op 1 mei 1999 in werking getreden. Dit verdrag wijzigt het Verdrag van Maastricht met name in het vooruitzicht van de nakende uitbreiding van de Europese Unie. Het voert onder meer een flexibiliteitsclausule in die onder bepaalde voorwaarden een nauwere samenwerking tussen een aantal lidstaten mogelijk maakt. Het hevelt een gedeelte van de gebieden van de derde pijler over naar de eerste pijler (de communautaire pijler), met name wat betreft het vrij verkeer van personen. Het verdrag stelt een communautair werkgelegenheidsbeleid in, voorziet in het beginsel van de toegang van de burgers tot de documenten van de instellingen, breidt het toepassingsgebied van de medebeslissingsprocedure uit en vergroot het aantal gevallen waarin de Raad met gekwalificeerde meerderheid kan beslissen.

Zie:

Pijlers van de Europese Unie

Verdrag van Maastricht

Het Verdrag van Maastricht is op 7 februari 1992 ondertekend en op 1 november 1993 in werking getreden. Het verdrag brengt de Gemeenschappen, het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ) onder in één geheel, dat het de Europese Unie noemt. Het stelt de Economische en Monetaire Unie (EMU) met één munt (euro) in. Voorts is in het verdrag het begrip "Europees burgerschap" vastgelegd en is er voorzien in een grotere participatie van het Europees Parlement aan de wetgevingsprocedure door te bepalen dat voor een reeks aangelegenheden de medebeslissingsprocedure (Raad/Parlement) moet worden gebruikt.

Vereenvoudiging van de wetgeving

De vereenvoudiging van de wetgeving is bedoeld om de wetgevingsbepalingen te "verlichten" door een strikte toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Zie:

Versterkte gekwalificeerde meerderheid

Het idee van een versterkte gekwalificeerde meerderheid houdt verband met de overtuiging van bepaalde lidstaten dat handhaving van de eenparigheidsregel in een uitgebreide Unie vaak tot het vastlopen van het besluitvormingsproces zal leiden. Daarom zou de eenparigheidsregel in bepaalde gevallen kunnen worden vervangen door een versterkte gekwalificeerde meerderheid, waarbij het aantal stemmen boven de normale drempel van 71% ligt die normaliter voor meerderheidsbesluiten nodig is.

Zie:

Gekwalificeerde meerderheid
Eenparigheid

Voorzitter van de Europese Commissie

De regeringen van de lidstaten dragen in onderlinge overeenstemming de persoon voor die zij voornemens zijn tot voorzitter van de Commissie te benoemen. De voordracht moet door het Europees Parlement worden goedgekeurd.

Vervolgens dragen de regeringen van de lidstaten, in onderlinge overeenstemming met de nieuwe voorzitter, de personen voor die zij voornemens zijn tot leden van de Commissie te benoemen. De voorzitter stelt de politieke richtsnoeren op die de Commissie in staat zullen stellen haar taak te vervullen en beslist over de toewijzing van de taken binnen de Commissie en over de eventuele herverdeling van deze taken in de loop van het mandaat.

Zie:

Europese Commissie
Samenstelling van de Commissie
Investituur van de Commissie

Voorzitterschap van de Unie (rouleren van het voorzitterschap)

Het voorzitterschap van de Unie is georganiseerd op basis van een systeem met halfjaarlijkse roulering waarbij elke lidstaat het voorzitterschap gedurende zes maanden bekleedt. De uitoefening van de functie van voorzitterschap is verplicht en vormt een bijdrage van elke lidstaat aan de goede werking van de Europese Unie. Op dit ogenblik bekleedt een lidstaat het voorzitterschap om de zeven en een half jaar.

Vrij verkeer van personen (visa, asiel, immigratie en andere beleidsterreinen)

Bij het Verdrag van Amsterdam is in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een nieuwe titel (een nieuw hoofdstuk) ingevoegd. Deze nieuwe titel omvat de volgende gebieden:

    ● vrij verkeer van personen (met name opheffing van de controles aan de binnengrenzen);

    ● controle van de buitengrenzen;

    ● asiel en immigratie;

    ● justitiële samenwerking in burgerlijke zaken.

Deze gebieden vielen vroeger onder het Verdrag betreffende de Europese Unie en waren derhalve onderworpen aan de methode van de derde pijler. Het Verdrag van Amsterdam heeft deze gebieden "gecommunautariseerd". Dat betekent dat de Raad een besluit neemt op voorstel van de Commissie, en er is voorzien dat op termijn voor alle gebieden of een gedeelte daarvan gebruik zal kunnen worden gemaakt van de medebeslissingsprocedure (het besluit wordt samen met het Parlement genomen) en de gekwalificeerde meerderheid (behoudens opting-out). Het Hof van Justitie is voortaan bevoegd voor de gebieden van deze nieuwe titel.

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen niet deel aan de maatregelen die in dit kader worden genomen. Denemarken neemt alleen deel aan de maatregelen inzake visa als verplichtingen van internationaal recht en aanvaardt in principe de maatregelen met betrekking tot het Schengenacquis.

Zie:

Communautarisering
Raad van de Europese Unie
Hof van Justitie
Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ)
Communautaire en intergouvernementele methoden
Opting out (niet-deelnemingsmogelijkheid)
Pijlers van de Europese Unie

Terug naar de inhoudsopgave